News | 11/03/2026 |
Tele-Romeo: pleeg je een vluchtmisdrijf als je je telefoonnummer op een briefje achterlaat?
Het ging recent viraal: een jonge bestuurster rijdt met haar wagen een fietsend meisje aan, laat een briefje achter met haar telefoonnummer en vertrekt vervolgens omdat ze een werkafspraak heeft. Toch wordt zij niet vervolgd voor vluchtmisdrijf.
Maar hoe zit dat juridisch? Pleeg je een vluchtmisdrijf wanneer je na een ongeval een briefje met je gegevens achterlaat en vertrekt?
In deze blog bekijken we wat de wet hierover bepaalt en waar de grens ligt tussen correct handelen en strafbaar gedrag.
1. Wat zegt de wet?
Volgens de Wegverkeerswet is sprake van een vluchtmisdrijf vanaf het ogenblik dat de bestuurder van een voertuig weet dat dit voertuig oorzaak dan wel aanleiding tot een ongeval is geweest, en de vlucht neemt om zich aan de dienstige vaststellingen te onttrekken.
Drie elementen zijn dus belangrijk:
- je bent betrokken bij een verkeersongeval op een openbare plaats;
- je weet dat je de oorzaak of aanleiding bent voor dit ongeval;
- je verlaat de plaats om de dienstige vaststellingen te ontwijken.
a. Je bent betrokken bij een verkeersongeval
Er is sprake van een verkeersongeval wanneer zich in het verkeer een plotse en abnormale gebeurtenis voordoet die schade veroorzaakt. Die schade kan lichamelijk zijn of materieel. Zelfs het aanrijden van een boom of een paaltje wordt beschouwd als een verkeersongeval.
Is er geen schade, dan is er juridisch gezien geen sprake van een verkeersongeval. Twijfel je of er schade is, neem dan voor de zekerheid contact op met de politiediensten.
Niet alleen bestuurders van een wagen kunnen vluchtmisdrijf plegen: ook voetgangers, fietsers en ruiters kunnen hiervoor vervolgd worden.
Bovendien dient het ongeval zich voor te doen op een openbare plaats. Het begrip “openbare plaats” omvat naast de openbare weg ook de terreinen toegankelijk voor het publiek en de niet-openbare terreinen die voor een zeker aantal personen toegankelijk zijn. Zo is een private parking eveneens een openbare plaats.[1]
b. Je weet dat je betrokken bent bij een verkeersongeval
Daarnaast is vereist dat je weet dat je betrokken was bij een verkeersongeval. Ben je je niet bewust van een ongeval, dan kan je geen vluchtmisdrijf plegen.
Let wel: een rechtbank aanvaardt dit niet zomaar. Bijvoorbeeld…
- wanneer het ongeval gepaard ging met een zware slag of zware beschadigingen aan het eigen voertuig (Cass. 25 februari 1963, Pas 1963, I, 707);
- wanneer men na het ongeval met het slachtoffer spreekt (Cass. 10 april 1967, Pas. 1967, I, 7);
- wanneer men door een zware intoxicatie niets gehoord of gevoeld heeft (Cass. 2 februari 1970, RDPC 1969-70, 818);
- wanneer iemand gewond raakt of overlijdt door het ongeval (Cass. 29 maart 1954, Pas. 1954, I, 661);
- wanneer men door getuigen achtervolgd werd (Cass. 29 maart 1954, Pas. 1954, I, 661);
werd geoordeeld dat het niet mogelijk is dat men niets gemerkt had van de aanrijding.
c. Je verlaat de plek van het ongeval om je te onttrekken aan de dienstige vaststellingen
Tot slot is voor het plegen van een vluchtmisdrijf ook noodzakelijk dat je de plek van het ongeval verlaat met de intentie om je te onttrekken aan de dienstige vaststellingen.
Die vaststellingen gaan niet alleen over de schade of de aansprakelijkheid voor het ongeval, maar ook over bijvoorbeeld alcoholgebruik, gebruik van verdovende middelen, rijden zonder geldig rijbewijs of verzekering, enz.
Daarom moeten politiediensten zo snel mogelijk ter plaatse kunnen komen om de omstandigheden van het ongeval én de toestand van de bestuurder vast te stellen. In veel gevallen volstaat het dus niet om enkel een briefje met je gegevens achter te laten. Dit laat immers geen vaststellingen over de toestand van de bestuurder toe.[2] Zo volstaat het evenmin om de politiediensten pas uren later te verwittigen.
Blijf je niet ter plaatse na een ongeval met schade waarvan je je bewust bent, maar heb je niet de wil om je te onttrekken aan de dienstige vaststellingen? Dan is er in principe geen sprake van het opzet dat vereist is voor een vluchtmisdrijf. Wel kan de rechtbank je tot een andere verkeersinbreuk veroordelen, namelijk het niet ter plaatse blijven (artikel 52 Wegcode), wat minder zwaar bestraft wordt dan een vluchtmisdrijf.
2. Moet je altijd naar de rechtbank indien je een vluchtmisdrijf pleegt?
Niet noodzakelijk. In de recente zaak beslist het openbaar ministerie om niet te vervolgen.
Het openbaar ministerie kan een dossier seponeren indien onvoldoende bewijs voorligt van het misdrijf. Daarnaast is het vervolgingsbeleid van het openbaar ministerie gebaseerd op het opportuniteitsbeginsel. Dat houdt in dat, zelfs als het misdrijf bewezen is, het de parketmagistraat vrij staat om te beslissen of hij iemand vervolgt of niet.
Elementen die kunnen bijdragen tot een beslissing tot seponering, zijn bijvoorbeeld het gegeven dat de schade zeer beperkt is, dat de schade al vergoed werd, dat men de voorkeur geeft aan burgerlijke afhandeling, of vanwege familiale banden tussen dader en slachtoffer, enz.
3. Word je toch gedagvaard voor de politierechtbank?
Dan riskeer je bij een vluchtmisdrijf met louter stoffelijke schade een rijverbod van minstens 8 dagen, een gevangenisstraf van 15 dagen tot zes maanden en/of een geldboete van 2.000,00 tot 20.000,00 euro (voor feiten gepleegd vanaf 1 februari 2026).
Pleeg je vluchtmisdrijf na een ongeval met gewonden of doden, dan is de bestraffing zwaarder: een rijverbod van minstens 3 maanden, een gevangenisstraf van 15 dagen tot 3 jaar (4 jaar bij een dodelijk ongeval) en/of een geldboete van 4.000,00 tot 50.000,00 euro (voor feiten gepleegd vanaf 1 februari 2026). Je dient in dat geval ook het praktisch en theoretisch rijexamen af te leggen en een psychologisch onderzoek te ondergaan.
Daar komen nog gerechtskosten en verplichte bijdragen bovenop.
Ontving je een dagvaarding voor de politierechtbank? Een grondige verdediging is in dat geval cruciaal. Ons kantoor doet het nodige om u bij te staan.